Week 3: Het huis dat ik in mijn herinnering meedraag

Week 3: HET HUIS DAT IK IN MIJN HERINNERING MEEDRAAG

Elk jaar een ander huis en het vierde was het beste! Daar kun je me alles over vragen en ik weet het! Mijn moeder vond er niks aan, maar ik vond het het mooiste en het heerlijkste huis dat iemand maar hebben kan!

‘Die vreselijke keuken,’ zegt mijn moeder, ‘die vloer van aangestampte klei, waardoor een open goot loopt.’ Maar dan vergeet ze eventjes hoeveel water onze pomp ineens kan geven en hoe leuk het is dat je meteen op de grond kunt zien wat je precies gepompt hebt.

‘Dat afschuwelijke fornuis dat telkens uit gaat!’

Helemaal geen afschuwelijk fornuis. Het maakte de keuken zo lekker warm. En dan de ringen waarmee je het vuurgat zo klein en zo groot kon maken als je maar wilde. Voor de weckketel of voor het kleinste keteltje, noem maar op, alles kon! En toch komt mijn allerbeste herinnering niet uit de keuken maar uit de eetkamer. Op een dag kom ik ’s morgens de kamer binnen en ik zie niet de onderkant van de tafel, zoals altijd, maar de bovenkant. Zomaar! Ik dacht: dit moet ik nooit vergeten! Als ik dit maar onthou komt alles goed. (…)

Voor ons mooiste huis van alle tijden staan twee kastanjes. Het heeft een grote voordeur en twee ramen. Aan iedere kant ervan een. Ieder raam heeft drie stel luiken. Dat heeft haast niemand. Een luik tegen de inkijk voor als we borrels gaan drinken. Een luik om de ramen te beschermen als er ontploffingen zijn en de mooiste, die met schuine latjes tegen de zon. Als die dicht zijn, dan vindt mijn moeder het wel een beetje leuk bij ons.

Marijke Höweler

1

Sommige mensen hebben hun hele leven in maar drie huizen gewoond en geleefd: een geboortehuis, waarin ze hun jeugd en tienerjaren leefden, het huis waar ze gingen wonen na hun huwelijk en het laatste huis, het verblijf voor de laatste levensfase. Andere mensen hebben een leven geleid met heel veel woningen en adressen, soms verspreid over verschillende continenten. Zij verhuisden soms zoals anderen boodschappen deden.

Alleen al in de opsomming van de adressen waar iemand gewoond heeft, kun je zien dat levens heel verschillend zijn, en dat levensverhalen via verhuizingen hun eigen loop hebben. De huizen waarin je woonde, de omgeving van die huizen, het dorp, de buurt en het stadsdeel: ze zijn onvervangbaar in je eigen levensverhaal. Alleen al de vraag of je graag woonde in de huizen die je gekend hebt, kan een stortvloed aan herinneringen oproepen. Huizen waar je woonde hebben kleuren, geuren en smaak, als je aan die huizen denkt, zie je ze voor je, groot of klein, met ouderwetse voorzieningen of juist gemoderniseerd in een luxe nieuwe buurt. In de stad of op het platteland. Aan sommige huizen heb je een heldere en levendige herinnering, aan andere juist niet. Aan het ene huis denk je met plezier terug, aan het andere niet.

Koog aan de Zaan. Maandenlang passeer ik mijn geboorteplaatsje tweemaal per dag op weg naar mijn werk en terug. ’s Morgens laat ik het rechts, en ’s avonds laat ik het links liggen. Ik kan er niet toe komen om honderd meter om te rijden en mijn geboortehuis te bezoeken. Telkens als ik hier langs kom voel ik een dof soort troosteloosheid en heb ik de neiging extra gas te geven bij het befaamde stoplicht voor het stationnetje. (…)

Wat is er met dit huis? Waarom zou ik wel zonder gezeur ons tweede huis kunnen bezoeken, waar ik me al evenmin iets van herinner? Waarom hou ik wel van het derde? En waarom was ik in het vierde zo gelukkig, dat ik me dertig jaar later in het buitenland een plakje ben gaan zoeken dat sprekend lijkt op toen? (…)

Wie herinneringen op wil halen kan het beste beginnen bij wat ie nog weet, dan komt de rest vanzelf…

Marijke Höweler

Probeer je te herinneren in welke huizen je hebt gewoond in de loop van je leven. Maak een lijstje van de adressen en schrijf er de periode dat je in een huis woonde, bij (ongeveer of precies, als je dat nog weet). Voor de een staan er maar een paar adressen op dit lijstje, maar het kunnen er ook vijfentwintig zijn. In het laatste geval is het heel goed mogelijk dat je niet meer alle adressen met straatnamen en nummers weet, maar dat is niet belangrijk. Alleen al aan het lijstje met adressen is iets van je levensverhaal zichtbaar.

Mijn lijstje:

Leeuwerikstraat 96 in Blerick (vanaf mijn geboorte totdat ik een jaar of twee was, mijn ouders trouwden in bij de ouders van mijn vader)

Albrecht Rodenbachstraat 37 in Blerick (tot ik 13 jaar was en het huis veel te klein voor mijn ouders en hun vijf kinderen)

Alberdingk Thijmstraat 6 in Blerick (wanneer begonnen de postcodes eigenlijk, vraag ik me nu af; hier kreeg ik een eigen kamertje, wat wás ik blij!)

Dommer van Poldersveldtweg 96 in Nijmegen (op kamers, toen ik 18 jaar was)

Zilverdenstraat 31 in Nijmegen (toen ik 19 was ging ik samenwonen met mijn eerste geliefde)

Kleine Looiersstraat 5 in Maastricht (we ruilden ons flatje in Nijmegen tegen een bovenwoning in Maastricht, ik was 23 jaar oud )

Schippersdreef 8b in Maastricht (prachtige flat met veel licht)

Hunnenweg 5 in Maastricht (benedenetage met een grote tuin en een zolderverdieping met twee kamertjes; in het midden woonde een oude mevrouw)

Terug naar de Kleine Looiersstraat 5-c in Maastricht. Daar woon ik inmiddels 32 jaar, met een onderbreking van een klein jaar omdat het appartement volledig gerenoveerd werd.

2

Kijk nu eens goed naar je eigen lijstje en denk na over alle adressen. Welke adressen zie je nog voor je? Waaraan heb je heldere herinneringen? Zijn er adressen met een uitgesproken positief gevoel? En adressen die je niet meer zo snel zou opzoeken?

Kies nu één adres uit. Bijvoorbeeld het huis waarin je geboren bent en opgroeide, een huis waarin je heel graag woonde of waarin een belangrijke episode van je leven zich afspeelde, een huis waaraan je een speciale herinnering bewaart.

Concentreer je nu op dat ene huis. Als je het gemakkelijk vind kun je je ogen sluiten, terwijl je je probeert voor te stellen waar dat huis precies was. Was het een huis in de stad of in een dorp, een groot huis met veel kamers of juist een klein huis waarin je met twee broers een tweepersoonsbed moest delen? In welke periode van je leven woonde je in dat huis? In welke jaren was dat? Weet je nog hoe de omgeving van het huis er uit zag? Waren er bomen, pleinen en plantsoenen in de buurt, waren er winkels, hoe zagen de straten er uit, waren de straten breed of juist smal? Wandel in gedachten en in je herinnering nog eens rond in de buurt van dat huis.

Dan loop je naar het huis toe. Misschien is er een weg die je veel ging als je naar huis ging. Loop in gedachten die weg. Stel je nu ook preciezer voor hoe de straat er uit zag. Waren er bomen en bloemen? Was er veel verkeer in de straat, waren er auto’s of trams? Of was het een heel rustige straat waarin veel gespeeld werd door kinderen? Waren er mensen in de straat of was de straat leeg? Waren er veel geluiden van verkeer en mensen in de straat of was het stil en hoorde je vogeltjes? Hoe zag de straat er precies uit? Was het een geasfalteerde straat of lagen er klinkers? Waren er stoepen en hoe breed waren ze? Welk soort huizen stonden in de straat? Leken de huizen op elkaar, of waren er juist heel verschillende bouwstijlen? Waren er winkels? Was het laagbouw of was er ook hoogbouw?

Als je in gedachten voor het huis staat, bekijk je het huis eens heel goed. Hoe zag het huis er uit? (Misschien heb je wel een foto van het huis, die kun je er later bij pakken, probeer eerst uit te vinden wat je herinnering prijsgeeft!) Was er een tuintje? Was er een hek? Hoe zag de voorgevel er uit? Zou je de voorgevel kunnen uittekenen? Hoe zag de voordeur er uit? Welke kleur had het huis? Waar zaten de ramen? Zie je ook specifieke details?

Ga nu naar binnen in het huis, loop door de deur naar binnen (of loop achterom, als je dat vroeger ook deed!). Kijk hoe het huis er uit zag en ontdek wat je je herinnert. Was er een gang? Een halletje? Een achterom? Een plaats? Een schuurtje? Welke kamers waren er in het huis? Waar was de woonkamer? Was er een bovenverdieping of meer bovenverdiepingen? Hoe groot was de woonkamer, weet je nog hoe die ingericht was? Waar was jouw slaapkamer? Weet je nog waar je bed stond en hoe die kamer er uit zag? Neem een kijkje in de keuken: weet je nog hoe de keuken ingedeeld was? Kijk in de kelder als die er was, kijk in de tuin, loop in gedachten het hele huis door en probeer de sfeer, de geuren, de geluiden, de beelden van het huis terug te vinden. Misschien zie je ook mensen in het huis, maar concentreer je in eerste instantie op het huis zelf.

Let vooral ook op interessante details in het huis. Misschien weet je helemaal niet meer precies hoe het was, maar herinner je je wel nog de knop van de voordeur, het touwtje in de brievenbus waarmee je de deur open kon maken, de oude commode op je slaapkamer of dat Tomadorekje aan de muur met je allereerste boeken.

3

Automatisch schrijven:

Schrijf 15 minuten lang onafgebroken door. Zet de pen op het papier en schrijf. Woorden, stukjes van zinnen, zinnen, op en neer hoppend van de ene gedachte naar de andere, kriskras door elkaar je associaties volgend. Niet teveel nadenken, maar zo snel als je kunt opschrijven wat er in je opkomt. Niet zoeken maar vinden. Gedachten en herinneringen vangen.

Niet stoppen met schrijven,maar eenvoudigweg doorschrijven. Als je niet meer weet wat je moet schrijven, herhaal je de laatste gedachte en dan komt er vanzelf weer een nieuw beeld, een nieuwe geur, een nieuwe herinnering bovendrijven.

Als je door het huis bent gelopen en je het idee hebt dat je niets nieuws meer ziet en beleeft, dan pak je een blad papier en je schrijft in trefwoorden, flarden van zinnen, kriskras door elkaar heen (geen hele zinnen en vooral nog geen verhaal) alles op wat je bent tegengekomen. Schrijf zo snel mogelijk, zonder te pauzeren. Schrijf 15 minuten lang onafgebroken door en probeer vooral te blijven schrijven en niet te stoppen.

Als je het leuk vindt: maak een tekening van het huis of van een gedeelte ervan: de voorgevel en het huis aan de buitenkant, een plattegrond van de benedenverdieping en de bovenverdieping, een plattegrondje van de keuken, de woonkamer en je slaapkamer. Tekenend vind je andere details terug dan schrijvend. Tekenend vind je ook andere woorden. Schrijf die woorden ook op.

4

Als je in een groepje werkt:

Vertel nu aan elkaar, eventueel met behulp van de tekeningen, over het huis dat je in je herinnering terug hebt gezien. Vertel over alle kenmerken van het huis, over de details van het huis, over de omgeving en over de tijd waarin je daar woonde. Hoe oud was je? Voeg ook toe of je er graag hebt gewoond, en met wie je daar woonde. Was het een fijn huis om in te wonen? Heb je goede herinneringen aan dat huis, neutrale herinneringen of juist verdrietige? Wat heb je er zoal meegemaakt? Heb je concrete herinneringen aan een speciale gebeurtenis of voorval? Wat was er in dat huis dat je hebt meegenomen naar latere woningen? Verlang je terug naar dat huis?

Als je alleen bent: schrijf de associaties naar aanleiding van bovenstaande vragen op in nog een nieuwe ronde automatisch schrijven. Je kunt ook een lijstje maken, of de associaties kriskras op een papier zetten. Let ook nu weer op de details. Probeer je niet alles te herinneren, maar juist de dingen die het in dat huis zo speciaal maakten.

5

Lees nu alle aantekeningen nog eens terug en streep de belangrijkste woorden aan. Kies dan één situatie of gebeurtenis waar jij bij betrokken was die je wilt beschrijven.

Beschrijf dan die situatie of die gebeurtenis en vertel daarbij ook iets over de locatie, het huis, de keuken of de kamer waarin het zich afspeelde. Beschrijf het zó dat iemand die het huis of de kamer niet kent, zich er een voorstelling van kan maken.

6

Stel je voor dat jij het huis bent. Het huis kan denken, heeft een eigen herinnering en kan daarover vertellen. Verplaats je in het huis en vertel wat het huis te zeggen heeft. Hoe heeft het huis jouw of jullie aanwezigheid ervaren en meegemaakt? Was het huis blij met jullie? Hoe kijkt het huis terug op die tijd dat jij daar woonde? Hoe zag het huis jou? Vertel het verhaal van het huis en gebruik daarbij je fantasie en verbeeldingskracht.

7

Ga verder met je onderzoek naar het huis en de buurt. Zoek foto’s en beeldmateriaal van het huis en de buurt. Maak uitgebreide plattegrondjes van de kamers, van gevels, van de tuin en van die delen van het huis die voor jou betekenisvol waren. Schilder het huis. Knip en plak het huis in een collage. Verbeeld het huis. Al doende zul je merken dat er nog nieuwe herinneringen komen bovendrijven.

Je kunt natuurlijk ook gaan kijken naar het huis als het er nog is. Vraag of je nog eens een blik naar binnen mag werpen. Loop rond in het huis en herinner je hoe het vroeger was. Doe dat samen met je broer of zus, en vertel elkaar wat je je herinnert. Ga praten met vroegere buren, loop nog eens letterlijk de weg die je altijd ging van de bus naar huis, fiets nog een keer de route van school naar huis…

8

En als je de smaak te pakken hebt: maak de hele oefening nog een keer voor een ander adres!

9

Voor meer inspiratie:

Samen met de Parallelweg buigt lijn 11 af in westelijke richting, langs de schilderswijk waar ik de eerste jaren van mijn leven woonde. De wal van woningen biedt een permanente tentoonstelling van vitrages. Gesloten en halfopen hangend, van gladde stof tot woeste kant, in verschillende wit- en pasteltinten, in lagen, in stroken, lustig gedrapeerd, als taarten, als petticoats, als zeeschuim. Links glijdt een autokerkhof voorbij, een café met de naam Autohandel Hollywood en dan is er de halte bij de markt. Het terrein ligt er verlaten bij, hier en daar leunen stapeltjes hout en zeildoek tegen de lege kramen. Ik kwam er met mijn tantes. Ze kochten sinaasappels, lippenstiften, ondergoed voor grootvader, een dobbelsteen die altijd zes gooide.

Mensje van Keulen

Het huis in de Via Pastrengo was heel ruim. Het had een stuk of tien, twaalf kamers, een binnenplaats, een tuin en een serre die op de tuin uitkeek; maar het was wel heel donker en beslist vochtig, want op een winter groeiden er twee of drie paddenstoelen op de wc. Over die paddenstoelen werd door onze familie heel wat afgepraat en mijn broers vertelden mijn grootmoeder van vaders kant, die toen net bij ons logeerde, dat we die paddenstoelen zouden koken en opeten; hoewel mijn grootmoeder het niet geloofde, zei ze toch geschrokken en vol afkeer: ‘Hier in huis maken jullie van alles een troep’.

Nathalia Ginzburg

De herinneringen aan het leven in de ‘andere dwarsstraat’, waar ik woonde van mijn vijfde tot bijna m’n tiende jaar, vormen een bonte wriemeling van duidelijk zichtbare, hoorbare, ja ruikbare gebeurtenissen, waarover ik zonder aarzeling durf te vertellen met het gevoel steeds de werkelijkheid weer te geven.

Maar nu ik poog er wat behoorlijke orde, wat overzichtelijkheid, enfin, wat structuur

aan te geven, nu moet ik toch weer bekennen dat ook deze herinneringen nog deerlijk gehavend zijn. Zeker, de winkel, de goedvoorziene, glimmende schoenwinkel, zie ik nog duidelijk voor me; en ook de ‘opkamer’ achter de winkel, de kamer met het vloerkleed en de trijpen stoelen. Maar ónder de opkamer moet de gewone huiskamer zijn geweest, en die zit in de nevel; wel weet ik, dat er twee ramen uitzagen op een klein binnenplaatsje en dat voor die ramen de tafel stond, waaraan we altijd zaten. Aan de ene kant van de kamer leidde een trapje van een paar treden naar een klein kamertje waar de werkplaats was en nu heb ik de neiging aan de andere kant een deur te plaatsen waarmee je naar de keuken kwam, maar meteen twijfel ik: ik zie geen keuken, ik weet niet óf er wel een keuken geweest is.

Natuurlijk moet ik in die huiskamer momenten van een gelukkig kinderleven hebben gehad; maar dan zijn die weggevaagd, op één na. Die ene prettige herinnering aan de huiskamer verbonden, is de volgende: Met mijn broertje sliep ik er in een bedstede, en af en toe tracteerde moeder ons; dan maakte ze het anders op, met het hoofdeinde naar de andere kant, en we lagen veel lekkerder. Tot dat weer gewend was, en we soebatten om weer andersom te mogen liggen; en dan gaf moeder toe, en we hadden enige avonden weer de genieting van de nieuwe situatie…

Theo Thijssen

Ik weet dat ik de huizen die ik in mijn herinnering meedraag waarschijnlijk nauwelijks zou herkennen als ik ze zou bezoeken; de vorm van de kamers, de hoogte van de plafonds, alles zou misschien anders zijn dan ik had verwacht. En de mensen van wie ik de stemmen meen te horen en de gezichten zo duidelijk meen te zien, zouden me wellicht volkomen onbekend voorkomen. Misschien zou ik dan moeten concluderen dat ik een aantal jaren had opgerold tot één compacte bundel, een hele serie losstaande gebeurtenissen als schapen in een hoek bijeen had gedreven, een laagje ouderdom had gelegd op een gezicht dat nog jong was of iemand de gelaatsuitdrukking had gegeven die bij een ander hoorde. En toch ben ik er ondanks die verwarring van overtuigd dat de dingen die ik me herinner allemaal op hun eigen manier waar zijn; en het is die zekerheid die me als een trillende naald van een kompas op koers houdt.

Julia Blackburn

Ons adres in de daaropvolgende zeven jaar was Warwick Road 55b; het nummer 55 en de letter b stonden in zwarte verf op een van de ronde stenen pilaren die de wacht hielden bij de voordeur van de woning. Ook de deur was zwartgeschilderd en bood toegang tot een donkere gang die naar ontsmettingsmiddel rook. De trap die naar ons appartement voerde, was steil als een ladder, of zo kwam het mij tenminste voor, en bekleed met glimmend rood linoleum met een reliëf van kleine vierkantjes om het minder glad te maken. Ik ben daar een keer uitgegleden en toen ik langs de trap omlaagtuimelde, wist ik zeker dat ik aan mijn eind zou komen; eenmaal beneden was mijn voorhoofd bebloed en ik verbaasde me erover dat ik nog leefde.

Julia Blackburn

Het huis, met een tuin erachter; aan een korte brede straat met rozenperken en goudenregens. Plus een paar routes. Het verbaast je dat het maar zo weinig is waaruit die stad voor jou bestaan heeft. Het komt je overdreven voor om dat weinige de naam Den Haag te laten dragen. Wat te veel is voor de paar plekken die de stad voor jou geweest is.

Routes, routines. Wonen, gewoontes.

Linksaf, de Mispelstraat uit, rechts de Tomatenstraat in, klein stukje maar, weer linksaf de perenstraat in, straten die het hart niet sneller doen kloppen, vervolgens de Laan van Meerdervoort op, een hele tijd, met vriend Kees die jou opgehaald heeft. Was dat nog de koperen trekbel, toen, of al de bruine bakelieten met het gele knopje? Lagere school, koper; gymnasium, bakeliet. Zo moet het ongeveer geweest zijn.

Nicolaas Matsier

José Franssen

www.josefranssen.nl