Het belang van de krant

Alleen al over de krant zou ik een uur kunnen vertellen, verklaarde ik onlangs tijdens een lezing. Ik vertelde daarin over de betekenis van taal voor mijn moeder tijdens haar ziekteproces en hoe die in de loop van de jaren veranderde. Over haar belangstelling voor de toestand in de wereld en het blijven kijken naar actualiteitenprogramma’s. Over het hartstochtelijke puzzelen, jaar in jaar uit, waarbij de sterren van de boekjes afvielen, maar zij, met hulp en steun kon blijven puzzelen. Over het meedoen met Lingo en andere taalspelletjes op tv en over de betekenis van de krant.

Haar hele leven had ze de krant gelezen en tot ver in het dementieproces las mijn moeder erin. Als ik bij haar was, zaten we samen aan tafel met de krant na het ontbijt, en toen ik merkte dat ze niet alles meer begreep, las ik haar steeds meer stukjes voor. We bespraken het nieuws. Later op de dag keken we ook naar het nieuws op de televisie. Veel politici, omroepers en presentatoren van actualiteitenprogramma’s herkende ze lang. ‘Waar ken ik die man toch van?’ hoorde ik haar dan zeggen, of: ‘Zou hij getrouwd zijn?’

Ik las steeds vaker voor uit de krant, ons ochtendritueel met uitzicht op de wereld. En ook in haar eentje bleef mijn moeder in de krant bladeren, en opnieuw bladeren. Tot het einde van haar leven bleef het een belangrijk ding. Niet alleen om er in te lezen of kijken, om er uit voorgelezen te worden, maar ook als een vertrouwd voorwerp. De krant hoorde bij het alledaagse leven en het had een ritueel karakter: de krant uit de brievenbus halen, de krant lezen, voorlezen uit de krant en praten over de toestand in de wereld. Het nieuws hoorde bij het ontbijt en een kop koffie. Toen mijn moeder achteruit ging, gaf ik haar vaak de krant zodat ze zonder gezichtsverlies even rustig kon zitten en rusten. ‘Hier, lees jij maar even in de krant, dan kan ik…’ Het was een dankbare ontsnappingsclausule, waardoor ik op mijn gemak de badkamer kon poetsen of kleren met vlekken uitzoeken of andere dingen doen die bij mijn bestaan als mantelzorgende dochter hoorden. Zij zat lekker in de bank met de krant, bladerde wat, las af en toe een woord, later ook op de kop. Vaak sufte ze dan even weg, in een o zo noodzakelijk powernapje. De slaapjes werden steeds belangrijker om op wakkere momenten ‘bij de tijd’ te kunnen zijn.

Alle goedbedoelde maar ook misplaatste raad van anderen (‘Ze kan het toch helemaal niet meer lezen?’) negeerde ik vastbesloten. Want de krant bleef onmisbaar, ook al kon mijn moeder er op het laatst helemaal niets meer in lezen

Gepubliceerd in: Zorgbelang, Gezond lijfblad voor alle Limburgers, nummer 4, 2016

De lezing Luisteren in je leunstoel - Voorlezen aan mensen met dementie kun je hier vinden