Snipperbericht 28

Boeken en citaten

‘Fictie is geen ontsnapping naar een denkbeeldige wereld. Het gaat over kleine herschrijvingen van de wereld waarin we leven; de kracht om je verschillende toekomsten te kunnen voorstellen.’ Ben Lerner in een interview met het Amerikaanse tijdschrift ‘The Believer’ naar aanleiding van zijn nieuwste roman ‘22.04’ In: Toef Jaeger: Ontroerend: een verbrijzelde Jeff Koons. Recensie over het boek 22.04 van Ben Lerner in NRC Handelsblad, 21 november 2014. Een geschift boek, volgens Toef Jaeger, maar hij geeft het boek wel 4 sterren. Ik heb het niet gelezen.

Moeder en zoon Veel interviews met Adriaan van Dis de laatste weken: in kranten, tijdschriften en op de televisie. Hij vertelt over zijn nieuwe boek Ik kom terug (Augustus, Amsterdam, 2014) dat gaat over de relatie met zijn moeder. Enkele passages uit zo’n interview:

‘De man in die boeken, dat ben ik ontegenzeggelijk. Jaaa. En tegelijkertijd: wie ‘ik’ schrijft en zich die ‘ik’ iets laat herinneren, die liegt al; want je weet helemaal niet wat de herinneringen van een kind van tien zijn.Ik wilde een roman schrijven over oud worden, over herinneringen en over verhalen vertellen. Mensen die traumatische dingen meemaakten in de oorlog hebben, is mijn ervaring erg de neiging zich te verschuilen achter andermans verhalen. (…)Vijf kinderen uit hetzelfde gezin herinneren zich een bijzondere gebeurtenis; voor de een was het een geweldige ervaring en voor de ander een traumatische. Het komt zoals de zon valt, de een ziet altijd de zonnige hoek en de ander de donkere. Er zijn vele visies op de werkelijkheid. Hoe herinner je je dingen? Nooit van a tot z. Je hebt een flard, die haal je terug, je verschuift, je laat dingen weg die je je niet wilt herinneren. Mijn moeder is haar hele leven gevlucht in lezen, daar schrijf ik over en…’U hebt het nu dus over uw moeder?‘Natuurlijk heb ik het over mijn eigen moeder!’ (…) Die lijkt op de moeder in Ik kom terug. En tegelijk vergroot ik haar en zijn er dingen beslist niet zo gebeurd – maar uiteindelijk blijken ze méér dan zo gebeurd te zijn, want ik kom steeds dichter uit bij de moeder die ik me wílde herinneren.’(…)U blijft erbij dat uw boek een roman is?‘Jawel. Soms vertelde mijn moeder een verhaal dat uit één enkele kale regel bestond: dat zij en haar eerste echtgenoot, die bruin was, een keer niet werden bediend in een restaurant. Van die ene regel maak ik een heel verhaal; ik merkte dat mijn zinnen beter liepen als ik loog. Andere, uitgebreide verhalen – anekdotes die bij elke verjaardag werden verteld – heb ik juist ingedikt. Want die anekdotes waren helemaal niet het echte verhaal; daar zat een ander verhaal achter.Ik vind het prettig hoe je daar als schrijver inspringt. Dat is wat ik doe: ik spring erbij. Ik spring het kamp in en ga naar mijn moeder kijken, ik schuif het gordijn opzij.’ Adriaan van Dis in: Wilma de Rek: Mijn zinnen lopen beter als ik lieg. Gesprek met Adriaan van Dis in: De Volkskrant, 8 november 2014

Het eerste motto in Ik kom terug is een uitspraak van David Vann: ‘You must sacrifice your family on the altar of fiction.’ Het tweede motto, al net zo veelzeggend, van Karin Blixen: ‘All sorrows can be borne if you put them into a story or tell a story about them.’ Net terug van mijn masterclass bij Dactylus over het interdisciplinaire karakter van het werken met levensverhalen, las ik het boek. En het zit er allemaal in: de aantekenboekjes om flarden verhaal te vangen en associaties vast te houden, het gebruik maken van de creativiteit om het verhaal (of de verhalen) te vertellen, het leren van vroeger door het in elkaar leggen van de puzzelstukjes, het gezoek om van een heel leven moeder en zoon één verhaal te maken, het worstelen met de verschillende versies van de verhalen die de moeder vertelt, het móeten schrijven om duidelijkheid te krijgen en om te overleven:

‘Ik ben weer naar die psychiater gegaan omdat ik last had, bij het schrijven. Somber werd ik van wat ik oprakelde. Uiteindelijk heb ik er baat bij om de dingen te ordenen, om er verhalen van te maken waarmee ik voort kan. Of die verhalen wel of niet waar zijn, maakt niet uit. (…) Ik heb meer aan een verhaal dan aan grommende haat.’Adriaan van Dis in: Wilma de Rek: Mijn zinnen lopen beter als ik lieg. Gesprek met Adriaan van Dis in: De Volkskrant, 8 november 2014

Nog een citaat uit het boek zelf:

‘Je hebt me al zoveel verteld.’ ‘Niet alles… Ik wil leeg en opgelucht vertrekken. Een dode moet licht reizen.’ ‘Maar ik ga geen zweefverhalen meer opschrijven.’ ‘Het komt zoals het gaat, mijn herinneringen zweven ook alle kanten op. Al sta je nog zo met beide benen op de grond, je geheugen zit vol rafels. Je weet hoe het afliep, maar niet hoe het begon en ineens besef je dat je iets belangrijks bent vergeten, een opmerking, een gebeurtenis die een heel ander licht op de zaak werpt en dan klopt je verhaal niet meer, en alles wat je eerder zei ook niet. Voor je het weet vertel je hetzelfde drie keer anders.’ ‘En daar mag ik structuur in aanbrengen.’ ‘Nee, zo moet je het ook opschrijven, zoals een mens een verhaal vertelt, soms vooruit, soms achteruit, dan is het pas echt.’ Adriaan van Dis in: Ik kom terug. Augustus, Amsterdam, 2014

En zo heeft Adriaan van Dis weer een steen toegevoegd aan zijn imposante bouwwerk op zoek naar zijn eigen verhalen. Elk boek, hoe gefictionaliseerd ook, een stukje van zijn eigen levensmozaïek.

Vader en zoon Een ander boek dat ik las (mij aangeraden door een van jullie, de Snipperberichtenlezers!) was het ook al zo indringende boek van Patricio Pron over de zoektocht naar zijn vader. De titel alleen al is prachtig: De ziel van mijn vader klimt omhoog in de regen. Het boek is aangrijpend: een jonge Argentijnse schrijver gaat terug naar zijn vaderland om afscheid te nemen van zijn zieke vader. Hij vraagt zich af wie zijn vader was of is, wat zijn rol was tijdens de dictatuur en hoe dichter hij bij de vader komt, hoe meer eigen herinneringen komen bovendrijven. Een confronterend verhaal over vergeten herinneringen en geheimen die lang begraven waren. Een verhaal ook over het effect van het verleden op het leven van de zoon. En over de moeite die het kost verborgen verhalen op te sporen. Het raakte me. Een boek om nóg eens te lezen en nog eens.Een paar citaten:

Op een gegeven moment, denk ik, hebben kinderen de behoefte te weten wie hun ouders waren, en dan gaan ze op onderzoek uit. Kinderen zijn de detectives van hun ouders, die hen op de wereld zetten in de hoop dat zij op een dag bij hen zullen terugkomen met hun eigen verhaal, dat ze alleen op die manier kunnen begrijpen. Ze zijn geen rechters, aangezien ze niet echt onpartijdig zijn bij het vellen van een oordeel over ouders aan wie ze alles, inclusief het leven, te danken hebben, maar ze kunnen wel proberen hun geschiedenis te ordenen, de betekenis te reconstrueren die door de opeenstapeling van de min of meer triviale gebeurtenissen van het leven verdwenen lijkt, om die geschiedenis daarna te beschermen en in de herinnering te laten voortleven. () Zo gebeurde het dat datgene wat ik geprobeerd had me niet te herinneren, met een buitengewone heftigheid bij me terugkwam; niet zijdelings, zoals de vage beelden op de foto’s die ik had verzameld om er nooit meer naar te kijken, om te weten dat ik ze had zonder ze ooit weer te willen bekijken, maar recht van voren en met het overrompelende geweld van de brandweerauto die ik wel eens zag als ik te veel pillen had genomen. (…) Ooit had ik willen geloven dat mijn reis geen terugkeer kende omdat ik geen thuis had om naar terug te keren vanwege de specifieke omstandigheden waarin mijn familie en ik lange tijd geleefd hadden, maar op dat moment besefte ik dat ik wel een thuis had, namelijk een berg herinneringen, en dat die herinneringen me altijd hadden vergezeld, alsof ik een van die stomme slakken was die ik als kleine jongen samen met mijn grootvader van vaders kant plaagde. () … de vraag hoe ik hun geschiedenis moest opschrijven stond gelijk aan de vraag hoe ik me die geschiedenis moest herinneren en hoe ik me hén moest herinneren, wat weer andere vraagtekens opriep: hoe moest ik opschrijven wat hun is overkomen als ze dat zelf niet hebben gekund , hoe moet ik een collectieve ervaring op een individuele manier vertellen, hoe moet ik verslag doen van wat er met hen is gebeurd zonder de indruk te wekken dat ik hen hoofdpersoon wil maken van een geschiedenis die collectief is, welke plaats moet ik innemen in deze geschiedenis. () Terwijl de pillen langzaam in het water van de wc oplosten en hun boodschap van ongegronde blijdschap aan de vissen gingen brengen, die hem aan het einde van de riool, in de rivier, met hun kleine mondjes zouden ontvangen, besefte ik dat ik met mijn vader zou moeten praten, als dat op een dag mogelijk zou zijn, om alle vragen die ik had op te helderen als hij en ik op een dag weer met elkaar zouden kunnen praten, en dat die taak, uitzoeken wie mijn vader was geweest, er een zou zijn die me lang bezig zou houden, misschien wel tot ik op een dag zelf vader zou zijn, en dat geen enkele pil dat voor mij kon doen. Ik begreep ook dat ik over hem moest schrijven, … () Patricio Pron in: De ziel van mijn vader klimt omhoog in de regen. Vertaald uit het Spaans door Arieke Kroes. Meulenhoff, Amsterdam, 2014, bladzijde 10, 167, 174, 189

Kortom: ik blijf op zoek naar boeken met ‘verborgen’ verhalen. Tips heel welkom. Ze helpen me mijn eigen geschiedenis te doorgronden en ze inspireren me bij het schrijven van het boek over de zorg voor mijn moeder. In de loop van alle jaren waarin ik voor haar zorgde drong steeds beter tot mij door hoe háár verleden bepalend was voor hoe ze haar leven leefde, en voor haar omgang met en uitingen van de ziekte van Alzheimer. En ook, hoe het weeshuisleven van mijn moeder mijn leven mee bepaald en vormgegeven heeft. Een grote puzzel, die ik stukje voor stukje bijeen grabbel.

Een heel ander boek Ik las ook een heel ander boek. Ik kocht het in een opwelling omdat ik het zag liggen. De woorden van de ondertitel op de omslag trokken aan mij: Mijn lessen over leven, liefde, geluk en veerkracht. Over zo’n lessen wilde ik graag lezen. De autobiografie van Wayne Dyer gaat vooral over zijn werkleven. Ik had nooit ook maar één van de meer dan veertig boeken (internationale bestsellers over persoonlijke ontwikkeling) van deze auteur gelezen, en dit boek las ik met heel gemengde gevoelens. In naar mijn smaak vaak te gedragen en gewijde taal blikt de auteur terug en vertelt over zijn missie, sleutelervaringen, ontmoetingen en overtuigingen. Hij verhaalt vooral over zijn vele leraren en inspiratiebronnen en het boek is daarom ook een samenvatting van allerlei manieren om naar het plan van het leven, roeping, bestemming en bewustzijn te kijken. Ondanks het feit dat hij zijn zegeningen wel erg opzichtig telt, bleef ik lezen. Door de extreem positieve invalshoek blijven nogal wat levenservaringen geheel buiten beschouwing, terwijl ik me kan voorstellen dat die ook veel lessen gebracht hebben. Soms was ik geïrriteerd, zonder precies te kunnen benoemen waarom… Maar ik plakte allerlei stripjes in het boek bij passages die me aanspraken, die ik terug wilde kunnen vinden. Ik vond het fascinerend hoe de man bleef leren, een heel leven door, van anderen, inspirerende mensen en leraren die hem iets te vertellen hadden. En hoe hij het geleerde met een onverwoestbare geloof in zijn eigen verbeeldingskracht vorm gaf en uitdroeg.Vooral het idee van ‘sleutelervaringen’ sprak me aan: de belangrijkste keerpunten (of piekervaringen) in je leven, de momenten waarop het leven van richting verandert. Vaak zie je die sleutelmomenten achteraf duidelijker dan op het moment zelf. En ook de zin en betekenis ervan kun je achteraf beter benoemen. Een mooie herinneringsoefening: zoeken naar die momenten, ze benoemen en nadenken over synchroniciteit: was het toevallig dat je op dat moment in je leven een andere weg in sloeg, of waren er meer tekenen? Maakte je keuzes doordat je luisterde naar je ziel? Vanuit een ‘innerlijk weten’? Boeiende zingevingsvragen als het gaat om het eigen spirituele levensverhaal. Die vragen maakte het boek voor mij weer actueel.Een paar citaten uit het laatste deel van het boek, waarin Wayne Dyer de lezer direct uitnodigt zijn voorbeeld te volgen:

Kijk eens goed naar de belangrijkste keerpunten in je leven en alle zogenaamde toevalligheden die plaats moesten vinden zodat jij van richting veranderde. Op de momenten die jij ziet als toeval had je een vrije wil en maakte je een keuze. Tegelijkertijd was er ook iets wat groter is dan jij, iets waarmee je altijd verbonden bent en wat ook aan het werk was. Dat ‘iets’ regelde de details, zodat jij je doel kon verwezenlijken waardoor je de sprong uit de geesteswereld hebt gemaakt, van nergens naar hier.De leraren zijn er altijd. Jouw mate van bereidheid om erop te letten en goed naar je hoogste zelf te luisteren en te handelen naar wat je intuïtieve zelf tegen je zegt, verlevendigt je besef van de aanwezigheid van de leraren. Verscherp je inzicht en wees bereid om te vertrouwen op wat je volgens je gevoel zou moeten doen, ongeacht wat de mensen om je heen zeggen. Dit is het voordeel van ‘de cirkel is rond-mentaliteit’. () Het met een helderder blik naar je leven kijken behelst ook dat je je bewust bent van alles wat je enthousiasme aanwakkert. Als je van iets enthousiast wordt, is de aanwezigheid van dat innerlijk enthousiasme het enige dat je als aanwijzing nodig hebt voor het feit dat je bent afgestemd op je ware essentie. Als je je hart volgt en doet wat je leuk vindt, ben je het meest ontvankelijk voor hulp uit de geesteswereld. Dit wordt synchroniciteit genoemd, een toestand waarin je bijna het gevoel hebt dat je deel uitmaakt van een samenwerking met het lot.Wayne Dyer in: De cirkel is rond. Mijn lessen over leven, liefde, geluk en veerkracht. Vertaald uit het Engels door Jörgen van Drunen. Kosmos, Utrecht, 2014.

Het past allemaal goed bij oefening 22 Dat was een keerpunt, die je kunt vinden onder het kopje Oefeningen op mijn website.

José Franssen (12-12-2014)