Snipperbericht 40

Herinneringen en het stimuleren van de fantasie - Werkelijkheid en fictie (4)

Het is opmerkelijk dat nogal wat schrijvers, onder wie chronische klagers over hun geheugen, zich verbazen over wat ze nog allemaal weten als ze zich zetten aan het neerschrijven van hun herinneringen. Ook met terugwerkende kracht wordt men die men is of die men opnieuw wordt, waarbij bijstelling van de feiten niet uitgesloten is. Ook in deze zin is herinneren een creatief proces… Sybren Polet in: De creatieve factor. Kleine kritiek der creatieve (on)rede. Wereldbibliotheek, Amsterdam, 1993, pag. 325

Interessant, dit citaat uit een voor mij destijds belangwekkend boek over creativiteit (dat nog steeds in mijn kast staat). Het doet me denken aan de conclusies in het nieuwste boek van Douwe Draaisma, die bovenstaande boodschap herhalen.

Dingen die verderop in je leven gebeuren kunnen je herinneringen zo veranderen dat je een ander verleden krijgt. (…) Herinneringen kunnen op verschillende momenten in je leven verschillende gedaanten aannemen, als gevolg van dingen die je zijn overkomen. Douwe Draaisma in gesprek met Jannetje Koelewijn in: Het liegende geheugen. In: NRC Handelsblad 17 september 2016. Het boek heet: Als mijn geheugen mij niet bedriegt. Historische Uitgeverij, Groningen, 2016.

Herinneren als creatief proces Als we ons levensverhaal opschrijven, verdubbelen we het verhaal: naast de herinnering zelf ontstaat er een verhaal in woorden op papier. Nu schrijven we een herinnering anders op dan volgend jaar, of misschien zelfs morgen al. Ook het herinneringsproces is daardoor een creatief proces. De feiten, gebeurtenissen en gevoelens die in ons geheugen zijn opgeslagen worden door ons steeds opnieuw verwerkt, geselecteerd, gecontroleerd en herordend. Op het moment dat we een herinnering willen vangen in een verhaal, werkt dat proces op volle toeren: we herinneren ons de situatie op dat moment en vreemd genoeg herinneren we ons precies die dingen die in dat verband zinvol zijn. Het is grappig dat we, terwijl we denken ons niet veel te kunnen herinneren, tijdens het schrijven zelf ineens wél allerlei dingen kunnen opschrijven die uit ons geheugen komen. En als ons geheugen ons even in de steek laat, is improviseren de beste techniek om de precieze gang van zaken weer op het spoor te komen. Een gat in onze herinneringen kunnen we, met het inschakelen van onze intuïtie en fantasie, proberen te dichten. Sterker nog: dat dóen we al voortdurend. Vaak is het zo dat verloren gewaande details, fragmenten en brokstukken ineens weer tevoorschijn komen. Bernard Selling zegt dat we hier niet als wetenschapper, maar als kunstenaar te werk moeten gaan:

… niet als archeoloog, maar als minnaar, of zelfs meer dan een minnaar. (…) Het is onze bedoeling de hersens ertoe over te halen met de waarheid tevoorschijn te komen. Dus moeten we zodra we een deel van het verhaal verzonnen hebben, op onze intuïtie vertrouwen om ons te laten weten wanneer iets onecht aanvoelt, en dat stuk dan herschrijven en de waarheid zo dicht mogelijk benaderen. Bernard Selling in: Uw eigen verhaal. Schrijfgids. Vertaald uit het Engels door Lon Falger. Strengholt, Naarden, 1990, bladzijde 57-58

Het experiment, de fantasie, wordt hier dus een belangrijk hulpmiddel voor het opschrijven van de herinnering. Dat deze techniek niet altijd werkt, zal ook duidelijk zijn: het geheugen geeft niet alles prijs. De bereidheid om dan tóch de fantasie in te schakelen is bij de een groter dan bij de ander.

Fantasie-oefeningen Het is een steeds terugkerende vraag in het autobiografisch schrijven: hoe komen we er achter wat in ons levensverhaal werkelijk waar was en wat we erbij verzonnen hebben? Waar begint fictie? Wat weten we uit onze herinnering en wat is ons verteld? Het bewust schrijven van fictie, van als-of-situaties, met gebruikmaking van herinneringen kan heel bevrijdend zijn. Als we toch de waarheid niet kunnen achterhalen, waarom zouden we er dan ook niet mee spelen? Fantasie-oefeningen kun je dus heel bewust inzetten in het schrijfproces. Het schrijven wordt dan een mogelijkheid om te experimenteren, tot het uitproberen van mogelijkheden. het schrijven van het eigen levensverhaal kan op die manier ook speels worden, een vrijplaats voor taalexperimenten. Via personages, dialogen en fantasieverhalen is het voor sommige mensen bovendien gemakkelijker om gevoelens en situaties opnieuw te beleven en vorm te geven. De verhulde vorm biedt mogelijkheden die een puur autobiografisch verhaal niet zal bieden vanwege schaamte- of schuldgevoelens. Over deze ‘esthetische illusie’ (vakterm uit de creatieve therapie) zal ik nog eens een apart Snipperbericht schrijven. Ik noemde dit ook al in de tien uitgangspunten voor het autobiografisch schrijven (Snipperbericht 36, punt 8). Mijn boodschap is dus: geef je deelnemers (of vertellers) de ruimte en de vrijheid om binnen hun eigen mogelijkheden en wensen hun levensverhalen te schrijven. Als schrijvers zijn zij bovendien bezig met het creëren van iets moois. Het waargebeurde verhaal kan verschuiven in de richting van een gecreëerde verhaal. Het plezier tijdens het schrijven is belangrijk. Het verleden wordt hoe dan ook ingekleurd.

Herinneringen vinden via waarnemingsoefeningen; de kracht van details Ik heb het er al eerder over gehad, maar het belang van waarnemingsoefeningen voor het herinneringsproces kan niet genoeg benadrukt worden. Ook via het inzetten van onze zintuigen komen we op nieuwe herinneringssporen, en via een detail ontvouwt zich soms een groter geheel. Voor het schrijven betekent dit dat waarnemingsoefeningen onmisbaar zijn. Mensen die hun levensverhaal willen optekenen of vertellen leren zo zintuigelijke indrukken te benoemen in taal. Het innerlijk oog moet ingeschakeld worden, zodat de beelden, de kleuren en de vormen weer helder worden: de schrijver bedient als het ware een camera die inzoomt op de herinnering. Ook het innerlijk oor doet mee: geluiden, klank, ritme en muziek kun je in woorden vangen. De geuren, de smaak, de tastzin… elke ervaring, elke herinnering biedt een koffer vol indrukken waarmee de situatie beschreven kan worden. Het is niet mogelijk om alles op te schrijven wat we zien, ruiken, horen, proeven en ervaren in een situatie. De kunst is dus uit de overvloed van indrukken die details te kiezen die het gewenste beeld oproepen. Als we gebeurtenissen zichtbaar willen maken, kunnen we niet zonder details. Kleine details helpen de lezer in te zoemen op het beeld, zij vertellen precies wat in díe situatie karakteristiek, belangrijk en uniek was (zie ook Bernard Selling:Uw eigen verhaal. Schrijfgids. Vertaald uit het Engels door Lon Falger. Strengholt, Naarden, 1990, bladzijde 38-39). Goede details scheppen niet alleen een beeld, ze roepen ook een bepaalde atmosfeer op, een stemming. Niet vertellen, maar vertonen, luidt een van de meest herhaalde wetten van het beschrijven (zie bijvoorbeeld Per Groen: Van idee tot verhaal. Basiscursus proza schrijven. Cursistenboek. Bekadidakt, Baarn, 1990, bladzijde 12 en Jan Brokken: De wil en de weg. Over het schrijven van romans en verhalen. Augustus, Amsterdam, 2006, bladzijde 54 e.v.). En: benoem vooral niet alles, zodat de lezer niet verdrinkt in een veelheid van feiten en indrukken. Beschrijf niet alles, maar suggereer. Benoem juist één of twee details en laat de lezer de rest zelf invullen. Het gaat dus om de keuze van de goede details (zie A. van den Berg in: Vis die er eigenlijk niet is. In Per Groen: Van idee tot verhaal. Basiscursus proza schrijven. Cursistenboek, bladzijde 142 e.v.).

Tot zover over dit onuitputtelijke thema. Zie ook de Snipperberichten 4, 8 en 35, die allemaal gaan over ‘Werkelijkheid en fictie’

José Franssen (25-9-2016)