Snipperbericht 41

Boeken en citaten

‘Als ik me mijn tiende verjaardag probeer te herinneren, lijkt dat eerst onmogelijk. Er schiet me niks te binnen. Maar als ik besluit dat ik een rode fiets kreeg, die ik misschien op een heel ander moment kreeg, krijg ik allerlei herinneringen die daarmee samenhangen die wel echt gebeurd zijn. Dat heb ik meerdere malen meegemaakt. Ik verzin iets en vervolgens schieten de echte gebeurtenissen me opeens te binnen. Toen ik naderhand met mijn broer sprak over de rode-fiets-verjaardag zei hij: “Het was precies zoals je beschreef.” Fictie is eigenlijk archeologie. Het bevrijdt je herinneringen’Joachim Meijerhoff in een interview in Schrijven Magazine, juni 2015

De waarheid maakt eenzaam Wat doen levensverhalen met mensen?Ik zag de documentaire van Tom Fassaert: A Family Affair. Je ziet de regisseur en kleinzoon samen met zijn grootmoeder, die ooit een belangrijk fotomodel was en al heel lang als rijke dame in Zuid-Afrika woont. De film laat de zoektocht zien naar de geschiedenis en de onvertelde verhalen in zijn familie. Tom wil meer weten over het verhaal van zijn vader en oom, die op heel jonge leeftijd door hun moeder achtergelaten werden in een kindertehuis, waarna zij haar modellencarrière opbouwde. Hij wil meer weten van die oma die zo nu en dan opdook en dan weer verdween, die mensen aantrok en weer losliet. En in gesprek met deze 95 jaar oude oma, die eigenlijk niet wil vertellen over vroeger, hoort hij na verloop van tijd toch verhalen over haar jeugd en jonge volwassenheid. Het is een film die laat zien dat waarheden onverdraagbaar kunnen zijn voor de mensen die ermee moeten leven. Over de vraag naar een waarheid die onkenbaar is. De grootmoeder lacht schamper, de waarheid heeft haar eenzaam gemaakt en ze heeft leren leven in een sprookjeswereld en met verdraaide waarheden. De film gaat over het effect van liefdeloos opgroeien in het leven van de oma en van haar hele familie. Ontroerend. Indrukwekkend. Een monument heeft Tom Fassaert gemaakt voor zijn familie en voor zichzelf. Je houdt vanzelf op te denken in termen van schuld, dader en slachtoffer, goed en kwaad. Het leven is zoveel genuanceerder en alleen aandacht en compassie brengen mensen dichter bij elkaar.Een prachtig document en inspirerend voor iedereen die met levensverhalen werkt.

Bij het geheugen te rade gaan Heel erg onder de indruk was ik wekenlang van twee boeken van Delphine de Vigan, die ik meteen na elkaar niet las maar verslond. Ouderwetse leeservaringen dus. Als je iets wilt leren over het schrijven van de waarheid, de dilemma’s en de conflicten voor de auteur, lees deze boeken. In Niets weerstaat de nacht gaat de schrijfster, nadat ze haar moeder dood heeft aangetroffen, op zoek naar de vrouw achter die moeder. Ze hoort van familieleden ontroerende herinneringen, maar ze ontdekt ook donkere familiegeheimen. Ook hier de nooit vertelde verhalen. En terwijl ze stap voor stap het levensverhaal van haar moeder beschrijft, vraagt ze zich af welke versie van haar moeders verhalen klopt, en of je je ouders ooit echt kunt kennen. Enkele citaten:

Schrijven vermag niets. Het biedt hooguit de mogelijkheid om vragen te stellen en bij het geheugen te rade te gaan. (...)In het begin, toen ik me eindelijk, na lang en stil overleg met mezelf, had neergelegd bij het idee dit boek te schrijven, dacht ik dat het me geen enkele moeite zou kosten er fictie bij te gebruiken en dat het me ook geen gewetensbezwaren zou bezorgen als ik de lacunes zou opvullen. Ik bedoel eigenlijk dat ik zelf heer en meester wilde blijven. (…) Ik hoopte het materiaal naar believen te kunnen kneden, en het is ook het wat klassieke beeld van deeg waar ik aan moest denken, taartdeeg zoals Liane het me leerde maken toen ik kind was, kruimeldeeg of bladerdeeg, waarvan ik de verschillende ingrediënten met mijn handen zou kneden voor ik het onder mijn handpalmen zou laten rollen, krachtig plat zou slaan, ja zelfs tegen het plafond zou gooien om te kijken hoe het eraan bleef plakken. (…) Niet in staat me helemaal van de werkelijkheid los te maken, breng ik onbedoeld een verzonnen verhaal voort, ik zoek de positie die het me mogelijk maakt dichterbij, nog dichterbij, steeds dichterbij te komen, ik zoek een terrein dat niet de waarheid, ook geen verzinsel, maar allebei tegelijk is. (...)Vanaf het moment dat Lucile moeder is geworden, dat wil zeggen vanaf het moment dat ik in het leven van Lucile ben verschenen, heb ik elke poging gestaakt om een objectief verhaal in de derde persoon te schrijven. Waarschijnlijk had ik het gevoel dat de ‘ik’ deel van het verhaal zelf wilde uitmaken, wilde proberen de verteller ervan te worden. Het is natuurlijk een kunstgreep. Wat heb ik gezien toen ik een half jaar, vier jaar, tien jaar (en zelfs veertig) was? Niets. En toch ga ik door het levensverhaal van mijn moeder te vertellen, verenig ik mijn blik als kind met mijn blik als de volwassene die ik ben geworden, klamp ik me vast aan deze onderneming of klampt die zich aan mij vast, ik weet niet wie van ons beiden zich het meeste opdringt. Ik zou graag over Manon willen vertellen, haar meer plaats in mijn verhaal willen geven, maar ik heb het gevoel dat dat onmogelijk is zonder het gevaar te lopen haar te schaden. Schrijven doet alle deuren dichtgaan. Delphine de Vigan in: Niets weerstaat de nacht. Uit het Frans vertaald door Jan Versteeg. De Geus, Breda, 2013, blz. 46, 153-154, 206-207

Wat is realiteit, wat is fictie, wat is echt en wat niet? In Het ware verhaal van haar en mij vertelt een ik-persoon die schrijfster is en die beroemd is geworden met het boek over haar moeder, het verhaal over een vriendschap met een ghostwriter. Een nieuwe vriendin ontpopt zich als een ‘helper’ voor de schrijfster die kampt met een ernstige schrijfblokkade. Je leest het boek vervolgens als een waanzinnig spannend verhaal over de destructieve vriendschap, maar ook over vragen die te maken hebben met identiteit, met effecten van het vertellen van de waarheid, met de steeds grotere ‘dwang’ om authentiek te zijn, met gevolgen van het publiceren van een autobiografisch verhaal. Wat is realiteit, wat is fictie, wat is echt en wat niet? Hoewel ik niet hou van thrillers of andere te spannende verhalen, kon ik dit boek maar niet wegleggen. Dezelfde thema’s als in het moederboek komen aan de orde. Interessant, prikkelend, boeiend. Een citaat waarin de schrijfster en haar vriendin met elkaar in gesprek zijn:

… Ik wilde weer fictie gaan schrijven, ik wilde mezelf beschermen, ik wilde weer plezier krijgen in het verzinnen van verhalen, ik wilde niet twee jaar lang elk woord, elke komma op een goudschaaltje leggen, midden in de nacht wakker schrikken met een hart dat als een razende tekeer ging na nachtmerries waar ik geen wijs uit kon worden.(…) Ik probeerde haar uit te leggen waarom het niet meer ging. ‘Luister. Als ik dat boek niet had geschreven, had ik nooit meer iets geschreven. Dat weet ik nog steeds heel zeker. Het was een beproeving die ik moest doorstaan. Een inwijdingsritueel. Maar als je over jezelf, over je familie gaat schrijven, neem je het risico dat je anderen kwetst, zelfs degenen die je dacht te hebben ontzien of juist geprezen. Dat wil ik niet meer. Ik zeg niet dat ik spijt heb van wat ik heb gedaan, ik zeg alleen dat ik het niet meer kan opbrengen om dat nog eens te doen. Niet in deze vorm. Ja, je hebt gelijk, ik heb een wapen in handen dat anderen niet hebben, althans waar anderen nog geen toegang toe hebben. De anderen, wie ze ook zijn, kunnen niet reageren. In het beste geval kunnen ze me anonieme brieven schrijven of een muur bekladden die niet eens van mij is. Als ik weer hetzelfde ga doen, weet ik zeker dat ik door duizenden mensen zal worden gelezen. En dat ik een spoor zal nalaten dat nog jarenlang te zien zal zijn.’‘Nou en? Je boft dat je iets in handen hebt waar iedereen je om benijdt. Je kunt niet doen alsof dat niet bestaat, alsof dat niet van jou is. Ja, schrijven is en wapen en dat is maar goed ook. Jouw familie heeft de schrijver voortgebracht die je bent. …’ Delphine de Vigan: Het ware verhaal van haar en mij. Vertaald uit het Frans door Floor Borsboom en Eef Gratema. De Geus, Breda, 2016, blz. 163-164

Hoe je dan nergens thuishoort

Zo zag ik het voor me en zo schreef ik het op, hoe mijn vaders moeder als een keizerin heerste over haar gezin. Hoog tronend maar warmbloedig had ze haar onderdanen lief. Sommigen iets meer dan anderen. Het voelde alsof ik haar naar me terugschreef. Mijn grotmoeder was een personage dat bestond omdat ik daartoe beslist had. Ik, die twee generaties van haar verwijderd was. Het was de toekomst die het verleden bepaalde, niet andersom.Mijn vader zelf had geen interesse in het navertellen van de familiegeschiedenis. De informatie die ik had over zijn ouders kreeg ik van anderen. Als ik hem vroeg naar zijn jeugd haalde hij zijn schouders op. Of hij vergeetachtig was, vroeg ik. ‘Misschien,’ antwoordde hij, met die flikkering van plezier in zijn ogen. ‘Wat wil je dan weten?’ … Hoe je voor de een op de ander lijkt, en de ander juist herinnert aan de een. Hoe je dan nergens thuishoort. Karin Amatmoekrim: Tenzij de vader. Prometheus, Amsterdam, 2016, blz. 164-165, 192

Karin Amatmoekrim heeft een prachtig boek geschreven over haar kijken naar en proberen te begrijpen van haar vader, die ze ontmoet als ze volwassen is. Tot dat moment speelde hij geen rol in haar leven. Het schrijven noemt ze in de flaptekst van haar boek graven, interpreteren, je vinger achter het losse hoekje proberen te krijgen, krabben, pulken, peuteren, tot je het los kunt trekken. Kijken is ontmaskeren. Ze heeft een eerlijk portret geschreven in mooie taal en ze geeft ook inzicht in de dilemma’s en keuzes die ze moet maken. Een zoektocht naar haar eigen identiteit, persoonlijk en kwetsbaar.

Filosoferen is leren sterven Tenslotte een ‘treinboek’, gevonden op een station onderweg. Ik kocht het met twijfels, maar al snel werd ik het boek ingetrokken, omdat ik het fascinerend vond, het levensverhaal van een zo jonge man die de dood in de ogen keek. Een ambitieuze neurochirurg, op het punt een grootse carrière vorm te geven, moet alle dromen opgeven vanwege uitgezaaide kanker. ‘Filosoferen is leren sterven’ citeert hij Michel de Montaigne, en dat is precies wat hij zelf doet. Filosoferen over leven en dood, over zijn liefde voor literatuur (hij studeerde eerst literatuurwetenschap), over zijn opleiding tot en werk als neurochirurg, dat zich afspeelt op de grens tussen leven en dood, over de verantwoordelijkheid en de last die dat meebrengt. Hij vertelt ook zijn verhaal aan zijn dochtertje, dat geboren wordt als hij in het einde van zijn levenstijd gekomen is:

Woorden hebben in tegenstelling tot mij een lang leven. Ik had bedacht dat ik haar een reeks brieven kon nalaten – maar wat moest daar dan in staan? Ik weet niet hoe dit meisje zal zijn wanneer ze vijftien is; ik weet niet eens of ze de roepnaam die we haar gegeven hebben wel leuk zal vinden. Er valt misschien maar één ding te zeggen tegen deze baby, die een en al toekomst is en wier leven kortstondig samenvalt met het mijne, een leven dat naar alle waarschijnlijkheid alles behalve verleden is.De boodschap is simpel. Wanneer je een van de vele momenten in je leven bereikt waarop je verslag moet uitbrengen over jezelf, zorg dan voor een overzicht van wie je bent geweest, van wat je hebt gedaan en voor de wereld hebt betekend, en vergeet dan niet, zo druk ik je op het hart, te vermelden dat je de dagen van een stervende man met een verzadigende vreugde hebt vervuld, een vreugde die me alle jaren die daaraan voorafgingen vreemd was, een vreugde die niet hongert naar steeds meer, maar een die voldane rust geeft. In deze tijd, op dit moment, is dat iets reusachtigs. Paul Kalanithi: Als adem lucht wordt. Vertaald uit het Engels door Anneke Bok. Hollands Diep, Amsterdam, 2016, blz. 222-223

José Franssen (20-11-2016)